Rustig aan

We gaan als samenleving ten onder aan genotzucht. Dat stelt Peter Kanne althans in zijn boek ‘Lang zal ik lekker leven’. Met deeltijdbanen, minimaal drie vakanties per jaar en voldoende ‘me time’ doen we het graag rustig aan. De alledaagse groet ‘geniet ervan’ zou die levenshouding typeren. Dat waag ik te betwijfelen.

Kannes publicatie heeft veel stof doen opwaaien. In interviews, recensies en op LinkedIn wordt zijn verhandeling over de ‘verweekte Nederlander’ én pleidooi voor meer gemeenschapszin zowel verwelkomd als bekritiseerd. Ik onderschrijf veel van wat Kanne zegt over onze hypergeïndividualiseerde maatschappij, waarin burgers vinden dat zij vooral rechten hebben en geen plichten. Maar niet dat ‘geniet ervan’ de groet is die nou zo typerend is voor dit hedonistische tijdsgewricht, zoals hij in een interview in Trouw stelt. Dat is namelijk volgens mij ‘Rustig aan’.

Onbezorgd rustig

Rustig aan, joh!
(Image by Robin Higgins at Pixabay)

‘Rustig aan, hè’ en alle varianten daarop hoor ik werkelijk overal waar twee mensen weer ieder hun eigen weg gaan. Het is een afscheidsgroet na een avondje borrelen, na een kort babbeltje op straat, in winkels of bij sportverenigingen. Zelfs caissières zijn gestopt met mij een fijne dag te wensen en dicteren me tegenwoordig dat ik rustig aan moet doen. Daarbij valt me op dat deze groet vooral populair is onder mannen die in het maatschappelijk verkeer doorgaans een bijzonder kort lontje blijken te hebben. Zulke van testosteron stuiterende mannen die in hun prijzige Duitse benzine-auto’s jou op je fiets klemrijden en de huid vol schelden omdat je je hand niet uitstak. Soms vraag ik me af of hun ‘rustig aan, hè’ niet bedoeld is als een soort zelfbezwering.

Er zijn meer van dat soort uitspraken die de mindset van de spreker, zo niet van een generatie verraden. Zo vroeg ik afgelopen zomer op vakantie in Schotland bij het serviceloket van de lokale veerdienst naar de exacte afvaartijd van het veer. Na een vlekkeloos ‘thank you’ mijnerzijds, antwoordde de uitermate ontspannen twintiger in bedrijfsuniform met ‘No worries’. Wat ertoe leidde dat ik me zorgen begon te maken. Want als dat het standaardantwoord was, maakten kennelijk veel lokale bewoners zich niet zonder reden dagelijks druk om de afvaartijden. Bij ons in Nederland speelt die trend overigens ook en is het ‘graag gedaan’ in winkels, restaurants en het openbare leven vervangen door ‘geen probleem’. Alsof klantenservice of gewoon iemand een dienst bewijzen ooit wel een probleem was.

Het leven een feest

Het zijn die alledaagse dooddoeners die de onderliggende normen, waarden en overtuigingen blootleggen. ‘Het leven is een feest’ bijvoorbeeld staat in vette letters op het vaandel van de hedonist. Veelzeggend was de videoboodschap van André Hazes jr. aan het begin van de coronacrisis. Na het virus te hebben afgedaan als ‘gewoon een griepje’ riep hij op “gewoon verder te gaan met feesten”.

Onze dagelijkse taal onthult hoe we erin staan. En die lijkt te bevestigen waar Kanne nu de vinger op heeft gelegd: we willen voluit genieten, feesten. Vooral geen problemen, geen zorgen, maak je niet druk, rustig aan en morgen weer een dag. Maar goed, dat verband kan ik niet met data staven. Het zou mooi zijn als Peter Kanne daar ook onderzoek naar kan doen. Niet dat ik hem daartoe wil pushen of zo, laat staan opjagen. Laat hem vooral rustig aan doen.

Berichten gemaakt 23

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven